Selecteer een pagina

De Meulewieke

Een gezellige klootschietvereniging

uit Smilde

Over ons

Klootschietvereniging de Meulewieke

 

Wij bestaan 31 jaar en hebben in die tijd al veel bereikt. Op Europees en Landelijk niveau hebben we behoorlijk van ons kunnen laten horen en meerdere kampioenen voortgebracht.

Dat is iets wat de Meulewieke ook de komende jaren wil blijven doen.

Kinderen

Klootschietvereniging de Meulewieke is van mening dat kinderen moeten kunnen sporten, ongeacht de financiële status van de ouder(s).

Om deze reden houdt de Meulewieke zijn contributie al jaren laag. Een jeugdlid betaald tot zijn 18e slechts vijf euro per jaar en vanaf 18 jaar bedraagt de contributie slechts 40 euro. Maar nu terug naar de jeugd… Alle jeugd is welkom en hoeft niet perse uit Smilde te komen. Zo heeft de Meulewieke bijvoorbeeld ook jeugdleden uit Tynaarlo, Heerenveen, enz.

Klootschiet geschiedenis

In documenten uit de dertiende eeuw vernemen we in Nederland voor het eerst over het spel klootschieten.
Dit door middel van verbodsbepalingen die door de bestuurders van diverse steden werden uitgevaardigd (o.a. in Amsterdam, Leiden en Dordrecht).
Lees verder
Vast is komen te staan dat rond 1500 de sport in geheel Nederland mateloos populair was. In de stad Enkhuizen werd bijvoorbeeld omstreeks 1500 melding gemaakt van een verbod op het colven, clootschieten of andere wansturigheid, ook met stenen te werpen, op verbeurte van dertig stuyver. En dat was in die tijd veel geld! De reden voor die verboden waren veelal het gevaar voor kinderen, overlast, vernielingen en beschadigingen van stadswallen, en ja zelfs uitspattingen. Het spel werd door jong en oud gespeeld. De kloot was toen veelal een mooie steen, dan wel een ijzeren of houten bal.

Het bracht de Leidse schepenen ertoe het volgende gebod uit te vaardigen: moet nyemant doer die stede cloeten dan mit houten cloeten. Dit gebod werd door meerdere steden overgenomen. Het klootschieten was ondanks – of misschien wel dankzij – de vele verboden razend populair in geheel Nederland. De talrijke gezegden en uitdrukkingen wijzen hierop. De sport maakte een groot aantal ontwikkelingen voor wat betreft het spel, de technieken en het materiaal. Eerst werd het ongeveer zoals het huidige golf gespeeld, als een spel tussen twee personen waarbij er van te voren een markant punt werd afgesproken waar men naar toe zou gooien. Het ging er dan om wie met de minste worpen het punt raakte. ‘Wie het eerst met synen cloot of bal het vastgestelde perk sal raeken’. Een variant hierop was wie met de minste worpen rond de wallen van de stad kwam (Elburg).

Om ze zwaarder te maken werden de houten kloten ingeboord en verzwaard met lood. Loden overblijfselen van dergelijke kloten zijn onder andere op verschillende plaatsen in Friesland gevonden. Als gevolg van de tachtigjarige oorlog en de daaropvolgende Gouden Eeuw (±1500) raakte het klootschieten echter in onbruik. Veranderde geloofsbegrippen (Calvijn), de snelle ontwikkeling van handel en welvaart en de grote toevloed van vreemdelingen deden

hun invloed op de Nederlandse samenleving gelden. Het klootschieten kreeg een negatieve klank, men deed het niet meer, het was te min. Het klootschieten bleef zich echter handhaven in die gebieden die het langst onder Spaans bewind bleven en de Gouden Eeuw aan

zich voorbij hebben zien gaan.;De Nederlandse taal werd toen doorspekt (en nu nog) met negatieve uitdrukkingen en gezegden met het woord kloot er in. Brederode heeft het bijvoorbeeld over.Het klootjesvolck van de vesten of uyt de slopjes.

Later verhaalt de geschiedenis dat gehuchten, dorpen en steden elkaar uitdaagden voor een wedstrijd, en het aantal deelnemers wel eens tot ver over de honderd kwam. Traditiegetrouw werden dan door de voormannen voor elk van deze wedstrijden aparte afspraken, zeg wedstrijdreglementen, gemaakt. Door onnauwkeurigheden en verschillen in uitleg ontstonden er regelmatig twistgesprekken die dan met de vuist werden beslecht.Tijdens een enerverende wedstrijd uit 1747 tussen de steden Oldenzaal en Ootmarsum werd de banier van Oldenzaal door de schutters uit Ootmarsum veroverd. Deze Plechelmusbanier heeft thans nog een eervolle plaats in de hal van het stadshuis van Ootmarsum.Toen de (textiel) industrie in Twente opkwam ontstonden rond 1900 de eerste officiële klootschietverenigingen. Velen kwamen voort uit de buurtschappen waar men al die tijd nog steeds het klootschieten heeft beoefend. Ook in de Achterhoek ging men zich steeds meer organiseren en in plaats van uitdagingwedstrijden ontstonden er competities en toernooien. Na de tweede wereldoorlog kwam met de komst van asfaltwegen ook het straat en rondeschieten steeds meer op. De verenigingen formeerden zich tot afdelingen en met de oprichting van de Nederlandse Klootschieters Bond in 1967 werd het klootschieten gereglementeerd. Gelukkig heeft men veel ruimte gelaten voor de vele tradities die deze sport kent. Vooral in Twente, de Achterhoek, Drente en de IJsselstreek heeft de klootschietsport thans weer aan populariteit gewonnen. Het spel wordt weer door velen beoefend. Dat brengt ons op de verklaring van het woord klootschieten. Dat het woord kloot voor bal, kogel, en dergelijke staat is wel duidelijk. De grote ijzeren en stenen kogels bijvoorbeeld die vroeger door de kanonnen van schepen en vestigingen werden verschoten, heetten. Het woord schieten staat voor werpen, vooruit drijven enz.

De spelvormen

Bij het klootschieten
kennen we een aantal wedstrijdvormen.

De eerste onderverdeling die we kunnen maken is in teamwedstrijden en persoonlijke wedstrijden.

Lees verder

Teamwedstrijden:

Voor de teamwedstrijden kennen we de wedstrijdvormen Rondeschieten, Straat en Veld. Bij het Rondeschieten hebben we dan nog een speciaal onderdeel Zetten.

Persoonlijke wedstrijden:

Bij de persoonlijke wedstrijden onderkennen we de onderdelen Straat, Veld en Zetten.

Al deze vormen kennen een aantal zaken die vrij algemeen zijn voor het klootschieten. Het doel van het spel is in principe om bij elk schot zover mogelijk te gooien. Materiaal waarmee gegooid wordt heet een kloot.De kloot moet onderhands worden gegooid. Dit gebeurd meestal door een zwaai met de arm van ongeveer 180°. In sommige streken van Twente hanteert men de slingerworp (rondslag). Er mag met een aanloop worden gegooid. Het belangrijkste is echter de richting en de kracht die aan een worp worden gegeven.

 

De kleding:

Voor het klootschieten is geen speciale kleding vereist. Aan te bevelen zijn wel gemakkelijk zittende (sport) kleding met sport of wandelschoenen.

Veiligheid:

Hoewel het klootschieten niet bekend staat als een sport waarbij veel ongelukken gebeuren is dit mede te danken aan een aantal gebruiken. Zo is het gebruikelijk dat men voor men gaat gooien eerst even de anderen waarschuwt met bijvoorbeeld een kreet als: daar komt die! De andere spelers kunnen dan kijken waar de kloot terecht komt. Denk bij wedstrijden op de openbare weg ook aan de mede weggebruikers, zij hebben ten alle tijden voorrang!

Het doel van het spel is om met het minst aantal schoten (worpen) een parcours af te leggen.

 

Een team bestaat normaal gesproken uit 4 personen, teams van 3 of 5 personen zijn ook toegestaan. Hoewel er heren en dames teams zijn komen ook gemengde teams veel voor. Of men met een heren, dames of mix team deelneemt is mede afhankelijk van de competitie of het toernooi waaraan men meedoet. Een parcours heeft meestal een lengte van 5 à 6 kilometer en kan bestaan uit verharde en onverharde wegen. Bij toernooien kan een parcours van meer dan 10 kilometer ook voorkomen Het team dat het parcours met het minst aantal schoten heeft afgelegd is de winnaar. Indien er meerdere teams met hetzelfde aantal schoten zijn geëindigd dan is het team dat de meeste meters over de finish heeft gegooid winnaar. Er wordt gespeeld met 2 of 3 teams tegen elkaar. Elk team heeft een schrijver, die het aantal schoten per schutter noteert voor zowel het eigen team als dat van de tegenstander. Onderweg vergelijken de schrijvers de stand regelmatig, dit om onregelmatigheden zo spoedig mogelijk op te kunnen lossen. Het is ook gebruikelijk dat elk team een hark bij zich heeft om de kloten die bv in een sloot liggen te kunnen pakken. De teamleden schieten om de beurt, steeds in een van tevoren bepaalde volgorde.
Door zo hard en vooral zuiver mogelijk te gooien trachten zij de kloot zo ver mogelijk over de straat te laten rollen. Op de plaats waar de kloot stil blijft liggen schiet de volgende van het team. Als de kloot in de berm of in een sloot is gerold dan wordt de plaats vanwaar weer op de weg geschoten mag worden bepaald door een denkbeeldige rechte lijn haaks op de weg. Bochten en kruisingen mogen worden afgesneden, het zogenaamde zetten. Bij het zetten moet de kloot de weg raken of over de weg heen gaan. Lukt dit niet dan moet de volgende schutter van het team op dezelfde plek een nieuwe poging ondernemen. Het team waarvan de kloot achterop ligt moet altijd het eerst schieten, net zolang tot ze voorbij de kloot van de tegenstander zijn. Op deze manier blijven de teams steeds bij elkaar. Als de kloot tijdens een worp een tegenstander of zijn spullen raakt dan mag de schutter een nieuwe poging wagen. De teamleden die nog niet moeten gooien lopen vooruit om de teamgenoot aanwijzingen te kunnen geven en op te letten waar de kloot heen gaat. Van het laatste schot dat over de finish gaat worden de meters dat de kloot over de finish is gegaan genoteerd. Dit om bij een gelijk aantal schoten de uiteindelijke winnaar te kunnen bepalen. Het gemiddelde aantal meters is sterk afhankelijk van de schutter(s) en de wegen waarop geschoten wordt. Uitschieters van meer dan 200 meter zijn echter wel degelijk mogelijk. Het doel van deze wedstrijdvorm is om als team met een van tevoren bepaald aantal worpen het verst te komen. De kloot moet ook hier onderhands worden gegooid.

De teams:

Een team moet bestaan uit 4 personen. Er wordt met twee teams tegen elkaar gegooid. Het parcours is een verharde,
rechte weg van minimaal 1000 meter lengte. Hierop staan aangegeven een startstreep en twee omlegpunten zoals in het figuur hieronder staat aangegeven.

Het team dat na het afgesproken aantal schoten (meestal 20 per team) de grootste afstand heeft afgelegd.

 

Het spelverloop:

Er wordt gespeeld met 2 teams tegen elkaar. De eerste schutter van elk team begint bij de startstreep met zijn eerste schot.
Vervolgens is steeds de volgende schutter van het team dat achterop ligt aan de beurt. Voorgaande is conform de algemene regels van het klootschieten. Is één van de teams het omlegpunt voorbij (behalve de eerste keer bij het omlegpunt direct na de start) dan moeten de teams van plaats wisselen. Dat wil zeggen dat team A verder gaat waar team B is geëindigd en omgekeerd. Het onderlinge verschil blijft hierdoor gelijk en men gaat vervolgens in de andere richting verder met gooien. Nadat het afgesproken aantal worpen is bereikt is het team dat voorop ligt de winnaar Bij deze wedstrijdvorm is vaak een neutrale schrijver noodzakelijk. De schrijver houdt niet alleen het aantal worpen bij, maar deze moet ook toezien op het schieten vanaf de juiste plek. Hiervoor wordt een markeringslijn gelegd op de plek waar geschoten moet worden. Komt de schutter op of over deze lijn voordat hij de kloot heeft losgelaten dan is de worp ongeldig. Wanneer een schutter dit op dezelfde plek drie maal overkomt wordt de lijn 30 meter teruggelegd en mag dezelfde schutter vanaf daar opnieuw schieten. Afhankelijk van de omstandigheden kunnen er afstanden van ver over de 200 meter worden gehaald. Het doel van deze wedstrijdvorm is om als team met een van tevoren bepaald aantal worpen het verst te komen. De kloot moet ook hier onderhands worden gegooid. Een team moet bestaan uit 4 of 5 personen. Er wordt met twee teams tegen elkaar gegooid Het parcours is een onverharde baan van die kan variëren van 400 tot 1000 meter lengte. De baan zijn een heideveld, een brede zandweg, een grasveld of een speciaal hiervoor aangelegde baan. De breedte van de baan is verschillend en deze baanbegrenzing kan ook op verschillende manieren worden aangegeven. Op de baan staan aangegeven een start en een einde markering, zoals in het figuur hieronder getekend.

Het team dat na het afgesproken aantal schoten (meestal 20 per team) de grootste afstand heeft afgelegd. Er wordt gespeeld met 2 teams tegen elkaar. De eerste schutter van elk team begint bij de startstreep met zijn eerste schot.
Vervolgens is steeds de volgende schutter van het team dat achterop ligt aan de beurt. Voorgaande is conform de algemene regels van het klootschieten. Is één van de teams het eindpunt (of eventueel het startpunt) voorbij dan moeten de teams van plaats wisselen. Dat wil zeggen dat team A verder gaat waar team B is geëindigd en omgekeerd. Het onderlinge verschil blijft hierdoor gelijk en men gaat vervolgens in de andere richting verder met gooien. Nadat het afgesproken aantal worpen is bereikt is het team dat voorop ligt de winnaar. Bij deze wedstrijdvorm komen we stoklegger tegen. De stoklegger is een scheidsrechter die niet alleen het aantal worpen bijhoudt, maar deze moet ook toezien op het schieten vanaf de juiste plek. Hiervoor wordt een stok van twee meter gelegd op de plek waar geschoten moet worden. Komt de schutter op of over deze stok voordat hij de kloot heeft losgelaten dan is de worp ongeldig. Wanneer een schutter dit op dezelfde plek drie maal overkomt wordt de stok 30 meter teruggelegd en mag dezelfde schutter vanaf daar opnieuw schieten. Raakt de kloot buiten de baanbegrenzing dan mag de kloot één stoklengte op de wedstrijdbaan worden gelegd. Een geoefend schutter kan afstanden van 100 tot 150 meter overbruggen op een goede veldbaan. Bij een wedstrijd op een stratenparcours mogen bochten, splitsingen en kruisingen worden afgesneden,dit noemt men Zetten. Er mag alleen worden gezet als dit dmv een B-bordje is aangegeven. Men mag pas zetten nadat men het B-bordje is gepasseerd. Bij het zetten gaat het in principe om het zover mogelijk door de lucht gooien van een kloot. De plek waar de kloot uiteindelijk terecht komt is echter bepalend voor de geldigheid. De kloot moet namelijk tijdens het schot het verharde gedeelte van de weg raken of hierover heen gaan (inclusief dus eventueel uitrollen). In het figuur hieronder zijn een aantal mogelijkheden weergegeven.

 

De kloot is over de weg gegaan en daar waar de kloot stil komt te liggen mag het volgende schot worden gedaan De Kloot is op de weg gekomen en daar waar de kloot stil komt te liggen mag het volgende schot worden gedaan. De kloot is niet over of op de weg gekomen. De volgende schutter moet opnieuw een poging wagen. De kloot is naar achteren gegooid. De volgende schutter moet opnieuw een poging wagen.

Persoonlijke wedstrijden:

 

De naam persoonlijk geeft al aan dat het hierbij om een wedstrijdvorm gaat van man tegen man of vrouw tegen vrouw. De persoonlijke wedstrijden bestaan uit de onderdelen Straat, Veld en Zetten. Voor het onderdeel straat gelden dezelfde regels als bij de teamwedstrijden. Het parcours is alleen een stuk korter, meestal rond de 2 km. Winnaar is diegene met het minst aantal schoten en bij een gelijke stand met de meeste meters over de finish. Ook voor het onderdeel veld gelden dezelfde regels als bij de teamwedstrijden. En ook hier is het parcours is een stuk korter, meestal rond de 800 meter. Winnaar is diegene met het minst aantal schoten en bij een gelijke stand met de meeste meters over de finish. Bij het zetten wordt een zogenaamde zetbaan gebruikt. De zetbaan wordt meestal op een grasveld of weide uitgezet. De baan is op het punt waarvan men moet gooien 3 meter breed. Het einde van de baan is 30 meter breed en ligt op 100 meter van de startlijn. Een officiële zetbaan wordt gemarkeerd twee lijnen die de buitenbegrenzing van de baan aangeven. (Zie zwarte lijnen in het figuur hieronder)

Men moet tijdens het gooien voor de startlijn blijven, anders is de worp ongeldig. De afstand wordt gemeten vanaf het midden van de startlijn tot aan het punt waarop de kloot de grond het eerst heeft geraakt. Een worp die buiten de baanbegrenzing komt is ongeldig. Een worp waarbij kloot meer dan 100 meter ver is gekomen (er zijn klootschieters die dat kunnen) is geldig indien de plaats waar de kloot de grond heeft geraakt binnen het verlengde van de baan ligt. Van tevoren wordt afgesproken hoe de winnaar bepaald wordt. Dit kan zijn degene met de verste worp of diegene met bijvoorbeeld het hoogste totaal van de drie beste van vier worpen. Dit onderdeel is de zuiverste vorm van krachtmeting. Een gemiddelde schutter komt tot een afstand van ongeveer 60 meter, maar er zijn er die meer dan 100 meter kunnen gooien.

Regelement

Klootschietregelement door Klootschietvereniging de Meulewieke
Wedstrijdreglement
Afdeling Drenthe Van De Nederlandse Klootschieters Bond
Lees verder

Algemeen

Artikel1

Dit wedstrijdreglement is van toepassing op de wedstrijden welke door de Afdeling Drenthe Van De Nederlandse Klootschieters Bond worden georganiseerd. In het wedstrijdreglement zijn aanvullingen en afwijkingen op het reglement van de Nederlandse Klootschieters Bond opgenomen.

Artikel 2

Alle deelnemers/deelneemsters (hierna te noemen deelnemers) melden zich uiterlijk 30 minuten voor aanvang van de starttijd bij de wedstrijdcommissie/organisatie.

Artikel 3

Elke deelnemer draagt zorg voor eigen materiaal (kloten en harken).

Artikel 4

Afmelden is mogelijk tot 30 minuten voor aanvang van de starttijd bij de wedstrijdcommissie/organisatie. Niet deelnemen zonder afmelding heeft diskwalificatie in het lopende en volgende jaar tot gevolg voor de betreffende wedstrijden.

Artikel 5

Elke vereniging dient scheidsrechters ter beschikking te stellen volgens het wedstrijdschema. Scheidsrechters hoeven niet in het bezit te zijn van een scheidsrechtersdiploma. De scheidsrechters dienen op het opgavenformulier te zijn vermeld. Bij persoonlijke wedstrijden dient elke deelnemer voor een aangever/aangeefster (hierna te noemen aangever) te zorgen. De aangever dient te zijn voorzien van een hark. De aangever dient op het opgavenformulier te zijn vermeld. Wijzigingen van aangevers t.o.v. het opgavenformulier kunnen tot 30 minuten voor de aanvang van de starttijd worden doorgegeven aan de wedstrijdcommissie/organisatie. Deelnemen zonder aangever is niet mogelijk. Deelnemen zonder aangever, heeft diskwalificatie in het lopende jaar tot gevolg voor de betreffende wedstrijden.

Artikel 6

Bij persoonlijke wedstrijden dient elke deelnemer voor een aangever/aangeefster (hierna te noemen aangever) te zorgen. De aangever dient te zijn voorzien van een hark. De aangever dient op het opgavenformulier te zijn vermeld. Wijzigingen van aangevers t.o.v. het opgavenformulier kunnen tot 30 minuten voor de aanvang van de starttijd worden doorgegeven aan de wedstrijdcommissie/organisatie. Deelnemen zonder aangever is niet mogelijk.
Deelnemen zonder aangever, heeft diskwalificatie in het lopende jaar tot gevolg voor de betreffende wedstrijden.

Artikel 7

Wanneer verenigingen door uitloop van wedstrijden niet aan hun verplichtingen van scheidsrechter of aangever kunnen voldoen, of wanneer een scheidsrechter of aangever zonder medeweten van de deelnemer of vereniging niet aan de start verschijnt, worden de overige verenigingen, indien de situatie dit in alle redelijkheid toelaat, geacht medewerking te verlenen in de vorm van het ter beschikking stellen van een scheidsrechter of aangever.

Artikel 8

De organiserende vereniging is verantwoordelijk
voor het uitzetten van het parcours. Start- en eindpunten dienen te worden voorzien van een duidelijke markering op de weg en een duidelijke opstaande markering (b.v. vlag). Vanaf de finish dient het parcours te zijn voorzien van markeringen na elke 10 meter, met een maximum van 150 meter. Banen t.b.v. persoonlijke wedstrijden dienen te zijn voorzien van markeringen na elke 100 meter

Artikel 9

De wedstrijden worden geschoten met het materiaal dat voorgeschreven is in de wedstrijden van de Nederlandse Klootschieters Bond Drentse Kampioenschappen. Indien een deelnemer van de Afdeling Drenthe Van De Nederlandse Klootschieters Bond het voorgaande jaar Nederlands Kampioen is geworden, is de betreffende deelnemer automatisch als eerste geplaatst voor de Nederlandse Kampioenschappen op het betreffende onderdeel en in de betreffende categorie.

Artikel 11

Per categorie plaatsen de best geklasseerde deelnemers op het onderdeel straat zich voor de Nederlandse Kampioenschappen, met inachtneming van Artikel 9. Het totaal aantal afvaardigingen per categorie wordt bepaald door de Nederlandse Klootschieters Bond.

Artikel 12

Een deelnemers die zich plaatst voor de Nederlandse Kampioenschappen op het onderdeel straat zijn automatisch geplaatst voor de onderdelen veld en zetten

Artikel 13

Indien een deelnemer zich afmeld voor een onderdeel plaatst de volgende deelnemer uit het klassement zich voor het betreffende onderdeel- Champions Tour. Indien een deelnemer van de Afdeling Drenthe Van De Nederlandse Klootschieters Bond het voorgaande jaar winnaar is geworden van de Champions Tour, is de betreffende deelnemer automatisch als eerste geplaatst voor de Champions Tour in de betreffende categorie.

Artikel 15

Per categorie plaatsen de best geklasseerde deelnemers zich voor de Champions Tour, met inachtneming van Artikel 13. Het totaal aantal afvaardigingen per categorie wordt bepaald door de Nederlandse Klootschieters Bond.

Artikel 16

Indien een deelnemer zich afmeld, plaatst de volgende deelnemer uit het klassement zich.

Artikel 17

Plaatsing voor de Champions Tour wordt gehouden over twee wedstrijden. De twee wedstrijden worden op dezelfde weg geschoten. Een wedstrijd gaat om de totaalafstand van 10 schoten. Het eindklassement wordt bepaald door optelling van de afstanden van de twee wedstrijden. Landelijke Straat Competitie

Artikel 18&

Indien een vereniging van de Afdeling Drenthe Van De Nederlandse Klootschieters Bond het voorgaande jaar winnaar is geworden van de Landelijke Straat Competitie, is de betreffende vereniging automatisch geplaatst voor de Landelijke Straat Competitie

Artikel 19

De best geklasseerde verenigingen plaatsen zich voor de Landelijke Straat Competitie, met inachtneming van Artikel 18.
Het totaal aantal afgevaardigden wordt bepaald door de Nederlandse Klootschieters Bond

Artikel 20

Indien een vereniging zich afmeld, plaatst de volgende vereniging in het klassement zich.

Artikel 21

Plaatsing voor de Landelijke Straat Competitie wordt gehouden over twee wedstrijden. De twee wedstrijden worden op twee verschillende parcoursen geschoten. Per wedstrijd worden punten toegekend, waarbij de winnaar net zoveel punten krijgt als het aantal aangemelde verenigingen. Het eindklassement wordt bepaald door optelling van de punten van de twee wedstrijden.

Join

Word jij onze nieuwe lid?

Schrijf je in en word lid van onze vereniging